Statuten

NAAM EN ZETEL
ARTIKEL 1
1.    De coöperatie draagt de naam: Inkoopcentrum Zuid, Coöperatieve vereniging van aanbestedende diensten U.A.;
2.    Zij heeft haar zetel te Venlo.

BEGRIPSBEPALINGEN
ARTIKEL 2
In deze statuten wordt verstaan onder:
–    de coöperatie: Inkoopcentrum Zuid, Coöperatieve vereniging van aanbestedende diensten U.A.;
–    algemene vergadering: de algemene ledenvergadering van de coöperatie, als bedoeld in de artikelen 22 en volgende;
–    het bestuur: het orgaan van de coöperatie als bedoeld in artikel 10 en volgende;
–    aanbestedende dienst: entiteit conform het besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao), danwel conform het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (BASS), danwel de regeling/wetgeving die daarvoor in de plaats komt;
–    directeur: belast met de dagelijkse leiding van de coöperatie als bedoeld in artikel 15.

DOEL
ARTIKEL 3
1.    De coöperatie heeft ten doel het verkrijgen van gunstige prijzen en het verlenen van diensten aan haar leden en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2.    De coöperatie tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
a.    het bedingen van gunstige leveringsvoorwaarden ten behoeve van haar leden alsmede het op coöperatie niveau afsluiten van leverancierscontracten;
b.    het sluiten van overeenkomsten met haar leden, waarbij die leden zich onder bepaalde voorwaarden verbinden van de door de coöperatie aangeboden diensten en/of verkregen leveringsvoorwaarden bij derden gebruik te maken;
c.    het leveren van adviesdiensten aan haar leden;
d.    het informeren van haar leden en het bevorderen van de contacten tussen de leden onderling.
3.    De coöperatie heeft geen winstoogmerk.

LIDMAATSCHAP
ARTIKEL 4
1.    Lid van de coöperatie kunnen uitsluitend zijn entiteiten die zich kwalificeren als aanbestedende dienst conform het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao), danwel conform het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (BASS), danwel de regeling/wetgeving die daarvoor in de plaats komt.
2.    Verzoeken om toelating tot het lidmaatschap dienen uitsluitend schriftelijk tot de directeur van de coöperatie te worden gericht, onder opgave van naam en adres van de verzoeker.
3.    Het lidmaatschap wordt verkregen door inschrijving in het ledenregister van de coöperatie. Het ledenregister ligt voor ieder lid ter inzage ten kantore van de coöperatie.
4.    De directeur beslist omtrent de al dan niet toelating tot het lidmaatschap uiterlijk drie maanden nadat het verzoek hem heeft bereikt.
5.    De directeur is gehouden aan een lid, zodra dit als zodanig is toegelaten, schriftelijk mede te delen onder welk nummer hij als lid in de boeken der coöperatie is ingeschreven.
6.    Indien het lidmaatschap wordt geweigerd moet het desbetreffende besluit ten spoedigste met opgave van redenen schriftelijk aan de verzoeker worden medegedeeld.
Tegen een dergelijk besluit staat binnen één maand na ontvangst van de mededeling beroep open op de algemene vergadering, die in hoogste ressort over de toelating beslist.
7.    Het lidmaatschap is vatbaar voor overdracht en overgang, doch slechts tezamen met de activiteiten van het lid.
8.    Het lid en de aanbestedende dienst die de activiteiten van het lid voortzet zijn echter verplicht binnen een maand na de overdracht of overgang daarvan kennis te geven aan de directeur onder opgave van naam en adres van de voortzettende aanbestedende dienst.
9.    Het lid blijft, onverminderd zijn aansprakelijkheid voor de door hemzelf verrichte handelingen, met de voortzettende aanbestedende dienst jegens de coöperatie hoofdelijk aansprakelijk voor alle handelingen door de voortzettende aanbestedende dienst gedurende een jaar na de overdracht of overgang van het lidmaatschap verricht.
10.    Door de directeur wordt nauwkeurig boekgehouden van de toe- en uittreding van de leden, hij maakt bij de aanvang van ieder boekjaar een lijst op van de leden, tevens ieders adres vermeldende.

EINDE LIDMAATSCHAP
ARTIKEL 5
1.    Het lidmaatschap eindigt:
a.    door opzegging van de zijde van het lid, welke opzegging schriftelijk dient te geschieden aan de directeur van de coöperatie;
b.    door opzegging door de directeur, welke opzegging bij aangetekend schrijven dient te geschieden aan het lid;
c.    door ontzetting door de directeur; het betrokken lid wordt ten spoedigste bij aangetekend schrijven van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld;
d.    door ontbinding of het ophouden te bestaan van een lid, of wanneer een lid het vrije beheer over zijn vermogen verliest.
2.    Opzeggingen als bedoeld in lid 1 sub a en b van dit artikel kunnen slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste drie maanden.
3.    De opzegging, bedoeld in lid 1 sub b van dit artikel kan alleen geschieden wanneer het lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij deze statuten gesteld te voldoen, wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de coöperatie niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijze van de coöperatie niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Op een besluit tot opzegging is het bepaalde in artikel 4 lid 6 tweede zinsnede van overeenkomstige toepassing.
4.    De opzegging, bedoeld in lid 1 sub b van dit artikel, en de ontzetting, bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel geschieden door de directeur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 lid 2.
5.    Ontzetting kan te allen tijde met onmiddellijke ingang plaatsvinden op grond van het feit dat het betrokken lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de coöperatie handelt of de coöperatie op onredelijke wijze benadeelt.
Op een besluit van de directeur tot ontzetting is het bepaalde in artikel 4 lid 6 tweede zinsnede van overeenkomstige toepassing.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid van rechtswege geschorst.
Wordt de ontzetting door de algemene vergadering vernietigd, dan vervalt de schorsing van rechtswege en vindt voor zover mogelijk herstel in de vorige toestand plaats.
6.    Leden kunnen door de directeur mits met voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur worden geschorst. In geval van schorsing van een lid beslist het bestuur binnen drie maanden na de schorsing tot vernietiging van de schorsing dan wel ontzetting of opzegging. Op een besluit tot schorsing is het bepaalde in artikel 4 lid 6 tweede zinsnede van overeenkomstige toepassing. Is binnen de termijn van drie maanden nog geen beslissing genomen, dan vervalt de schorsing van rechtswege.
7.    Een lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij de geldelijke verplichtingen van de leden zijn verzwaard en/of waarbij de geldelijke rechten zijn beperkt te zijnen opzichte niet uitsluiten door opzegging van zijn lidmaatschap.
8.    Wanneer een lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft desniettemin de contributie voor dat gehele boekjaar verschuldigd.

ARTIKEL 6
1.    Bij beëindiging van het lidmaatschap door ontzetting van de zijde van de directeur of door faillissement van het lid heeft het betrokken lid geen aanspraak op enig aandeel in het exploitatieoverschot van het jaar, waarin hij uittreedt, terwijl hij wel in het over dat jaar geleden negatief exploitatieresultaat draagt.
2.    In alle overige gevallen van beëindiging van het lidmaatschap deelt het uittredende lid op de wijze als in artikel 21 bedoeld in het positief of negatief exploitatieresultaat, behaald in het jaar, waarin de uittreding heeft plaatsgevonden.

ARTIKEL 7
1.    De in artikel 6 bedoelde betalingen moeten geschieden vóór één en dertig december van het jaar, volgende op het jaar waarin het lidmaatschap is geëindigd.
2.    Aandelen in het positief exploitatieresultaat vervallen aan de coöperatie indien zij niet – zover zulks in verband met het bepaalde in artikel 6 mogelijk was – zijn opgeëist binnen drie jaren na de datum van beëindiging van het lidmaatschap.

LIDMAATSCHAP (AANWIJZING NATUURLIJK PERSOON)
ARTIKEL 8
1.    Ieder lid dient bij zijn toetreding schriftelijk aanwijzing te doen van een natuurlijke persoon om namens hem jegens de coöperatie op te treden, de aan het lidmaatschap van de coöperatie verbonden rechten uit te oefenen en aan de aan het lidmaatschap van de coöperatie verbonden verplichtingen te voldoen.
2.    Ieder lid is gehouden op de in het vorige lid van dit artikel aangegeven wijze mededeling te doen van verandering in de aanwijzing en voorts ingeval van ontstentenis van de aangewezen persoon daarvan mededeling te doen onder aanwijzing van degene, die met inachtneming van het in het vorige lid van dit artikel bepaalde, in zijn plaats treedt.
3.    De ingevolge de leden 1 en 2 gedane aanwijzingen vervallen van rechtswege zodra het lidmaatschap van de coöperatie van het lid, dat de aanwijzing heeft gedaan, eindigt.

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN DER LEDEN
ARTIKEL 9
1.    De leden van de coöperatie hebben het recht om deel te nemen aan de algemene vergaderingen en aan de daar plaatshebbende besprekingen, stemmingen en verkiezingen, alsmede om in die vergaderingen voorstellen te doen.
2    De leden zijn niet aansprakelijk voor de verbintenissen van de coöperatie.
3.    Ieder lid betaalt elk jaar een contributie, telkenjare vast te stellen door de algemene vergadering. De algemene vergadering kan de leden in verschillende categorieën indelen, en voor elke categorie een andere contributie vaststellen.
4.    Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van contributie te verlenen.
5.    Bij toelating tot het lidmaatschap is tevens een door de algemene vergadering vast te stellen entreegeld verschuldigd.

BESTUUR
ARTIKEL 10
1.    Het bestuur bestaat uit een door de algemene vergadering te bepalen aantal van tenminste drie (3)personen.
Tot lid van het bestuur kunnen slechts worden benoemd natuurlijke personen.
2.    De leden van het bestuur worden benoemd door de algemene vergadering. De algemene vergadering is te allen tijde bevoegd de leden van het bestuur te schorsen en te ontslaan, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen.
3.    De voorzitter van het bestuur wordt in functie benoemd. Het bestuur stelt daartoe een voordracht op. Indien deze voordracht wordt doorbroken is de algemene vergadering vrij in haar keuze. Het bestuur kiest uit zijn midden een secretaris en penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
4.    Indien het aantal leden van het bestuur minder bedraagt dan het door de algemene vergadering vastgestelde aantal, blijft het bestuur niettemin volledig bevoegd.

BESTUURSTAAK
ARTIKEL 11
1.    Het bestuur is, behoudens beperkingen volgens deze statuten, belast met het besturen van de coöperatie.
Elke bestuurder is tegenover de coöperatie gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de taakverdeling van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
2.    Het bestuur kan, tot wederopzegging, taken en bevoegdheden delegeren aan een eventueel dagelijks bestuur.
3.    Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
4.    Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de coöperatie zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.

ARTIKEL 12
1.    Het bestuur heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de directeur en de algemene gang van zaken in de coöperatie en haar bureau, als bedoeld in artikel 16.
2.    Leden van het bestuur kunnen te allen tijde inzage nemen in de boeken en bescheiden van de coöperatie en hebben te allen tijde toegang tot de gebouwen en terreinen van de coöperatie. Door de directeur wordt aan het bestuur tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens verschaft. De directeur is verplicht de door het bestuur verlangde gegevens en inlichtingen te verstrekken.
4.    Het bestuur kan slechts besluiten nemen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Besluiten buiten vergadering kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van het bestuur zich schriftelijk, daaronder begrepen per elektronische gegevensdrager, voor het desbetreffende voorstel hebben verklaard.
5.    Van het verhandelde in elke vergadering worden notulen gehouden, die door het bestuur worden vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris van het bestuur worden ondertekend.

EINDE LIDMAATSCHAP BESTUUR / PERIODIEK AFTREDEN
ARTIKEL 13
1.    Elk lid van het bestuur treedt af uiterlijk vier jaar na zijn benoeming volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden.
De afgetredene is tweemaal herbenoembaar; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd had moeten aftreden.
2.    Het lidmaatschap van het bestuur eindigt voorts:
a.    door ontslag als bedoeld in artikel 10 lid 2;
b.    door overlijden;
c.    door bedanken.

VERTEGENWOORDIGING
ARTIKEL 14
1.    Het bestuur vertegenwoordigt de coöperatie in en buiten rechte.
2.    De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur.
3.    De directeur is naast het bestuur bevoegd om de coöperatie te vertegenwoordigen binnen een door het bestuur te formuleren en schriftelijk vast te leggen mandaat.

DIRECTEUR
ARTIKEL 15
1.    Het bestuur stelt een directeur aan en belast deze met de dagelijkse leiding van de coöperatie. De directeur is werkzaam onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur.
2.    De directeur behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur voor besluiten tot:
a.    het verlenen van ontheffing met betrekking tot de eisen die gesteld zijn ten aanzien van het lidmaatschap als bedoeld in artikel 4 lid 1;
b.    de opzegging van en de ontzetting uit het lidmaatschap, als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub b en c, alsmede de schorsing van een lidmaatschap als bedoeld in artikel 5 lid 6;
c.    het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de coöperatie verleend bankkrediet.
d.    het aangaan van dadingen;
e.    het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden.
Op het ontbreken van deze toestemming kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.
3.    De directeur kan te allen tijde door het bestuur worden geschorst en ontslagen, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
4.    In een ontstane vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
5.    De beloning en de verdere arbeidsvoorwaarden van de directeur worden vastgesteld door het bestuur.
6.    De werkwijze van de directeur wordt geregeld bij een door het bestuur vast te stellen reglement.
7.    Ingeval van ontstentenis of belet van de directeur, wordt de dagelijkse leiding van de coöperatie tijdelijk overgenomen door twee leden van het bestuur gezamenlijk, die daartoe door het bestuur worden benoemd.

BUREAU
ARTIKEL 16
1.    De coöperatie heeft een bureau, zulks ter ondersteuning van de activiteiten van de directeur. Het bureau staat onder leiding van de directeur.
2.    De directeur stelt de personeelsleden van het bureau aan en stelt hun beloning en verdere arbeidsvoorwaarden vast.

ADVISEURS
ARTIKEL 17
Het bestuur is bevoegd adviseurs der coöperatie te benoemen.

BEGROTING
ARTIKEL 18
1.    De directeur stelt jaarlijks een begroting op voor het komende boekjaar.
2.    De begroting dient uiterlijk zes weken voor de algemene vergadering als bedoeld in lid 3 van dit artikel door de directeur ter goedkeuring aan het bestuur te worden overlegd.
3.    De begroting wordt vastgesteld in een algemene vergadering, te houden uiterlijk twee weken voor aanvang van het jaar waarop deze betrekking heeft.

VERGADERING BESTUUR EN DIRECTEUR
ARTIKEL 19
1.    Het bestuur en de directeur vergaderen ten minste drie keer per jaar over al zodanige onderwerpen als elk van hen gewenst acht.
2.    In die gezamenlijke vergaderingen komen in ieder geval aan de orde:
a.    de goedkeuring door het bestuur van de door de directeur opgestelde begroting voor het komend boekjaar;
b.    de gezamenlijk ondertekening door het bestuur en de directeur van de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting als bedoeld in artikel 20 lid 3;
c.    de toestemming ten aanzien van de door de directeur voorgenomen afschrijvingen en reserveringen als bedoeld in artikel 21 lid 1;
d.    eventueel het gezamenlijke voorstel voor de dekking van een negatief exploitatieresultaat als bedoeld in artikel 21 lid 2;
e.    eventueel het gezamenlijke voorstel voor de bestemming van een positief exploitatieresultaat als bedoeld in artikel 21 lid 4.
JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING
ARTIKEL 20
1.    Het boekjaar van de coöperatie loop van één januari tot en met een en dertig december.
2.    De directeur is verplicht van de vermogenstoestand van de coöperatie zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3.    De directeur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar (de jaarvergadering), behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, over dat boekjaar zijn verslag uit over de gang van zaken in de coöperatie en over het gevoerde beleid en legt een balans en een staat van baten en lasten over dat boekjaar met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over.
De balans en de staat van baten en lasten met een toelichting worden ondertekend door de directeur en alle leden van het bestuur; ontbreekt de handtekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
Na verloop van de voornoemde termijn van zes maanden kan ieder lid van de coöperatie van de directeur in rechte vorderen dat de in dit lid bedoelde verplichtingen worden nagekomen.
4.    Het verslag van de bevindingen van de registeraccountant, als aangesteld ingevolge artikel 24, lid 2, wordt uitgebracht aan de algemene vergadering.
5.    Bij de vaststelling van de jaarrekening besluit de algemene vergadering voorts of zij de directeur en het bestuur décharge verleent voor de handelingen respectievelijk het toezicht die in het betreffende boekjaar zijn verricht respectievelijk is uitgevoerd.
6.    De directeur is verplicht binnen acht dagen na de vaststelling van de jaarrekening de stukken als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter inzage voor een ieder neder te leggen ten kantore van het handelsregister, waar de coöperatie is ingeschreven.
7.    De directeur is verplicht de bescheiden, als bedoeld in de leden 2, 3 en 4, zeven jaar lang te bewaren.

AFSCHRIJVINGEN, RESERVERINGEN, NEGATIEF- OF POSITIEF EXPLOITATIERESULTAAT
ARTIKEL 21
1.    Jaarlijks worden zodanige bedragen op de bezittingen der coöperatie afgeschreven als de directeur geraden zal achten en worden zodanige bedragen gereserveerd als door de directeur zal worden bepaald, een en ander na vooraf verkregen toestemming van het bestuur.
2.    Is over enig boekjaar een negatief exploitatieresultaat behaald, dan beslist de algemene vergadering op gezamenlijk voorstel van de directeur en het bestuur en met inachtneming van het in het volgende lid bepaalde over de wijze, waarop het tekort zal worden gedekt.
3.    Ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor zover de wet dat toestaat.
4.    Is over enig jaar een positief exploitatieresultaat ontstaan, dan beslist de algemene vergadering op gezamenlijk voorstel van de directeur en het bestuur over de bestemming. Voor zover besloten wordt tot uitkering van dit resultaat aan de leden, komt dit hen ten voordele naar rato van het bedrag van hun omzet in de goederen en diensten die zij via de coöperatie hebben betrokken in het boekjaar waarin het resultaat is behaald. Bedoelde omzet zal door de directeur voor leden bindend worden vastgesteld.

ALGEMENE VERGADERINGEN
TOEGANG EN STEMRECHT
ARTIKEL 22
1.    Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden en de directeur. Geen toegang hebben geschorste leden en een geschorste directeur.
Een voormeld geschorst persoon heeft wel toegang tot dat deel van de vergadering, waarin het besluit over zijn schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
De directeur heeft een adviserende stem.
2.    Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
3.    Ieder lid van de coöperatie dat niet geschorst is, heeft één stem. Een lid kan zijn stem door een ander daartoe schriftelijk gemachtigd lid laten uitbrengen.
De vertegenwoordiger van een lid kan niet de directeur van de coöperatie zijn.

BIJEENROEPING
ARTIKEL 23
1.    De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door de directeur of door het bestuur.
De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister, bedoeld in artikel 4 lid 3. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste veertien dagen, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend.
2.    Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 29.

JAARVERGADERING
ARTIKEL 24
1.    Jaarlijks, uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, wordt een algemene vergadering –de jaarvergadering– gehouden. In deze jaarvergadering komen in ieder geval aan de orde:
a.    het jaarverslag, de balans en staat van baten en lasten met een toelichting;
b.    déchargeverlening aan de directeur en het bestuur.
2.    Het bestuur benoemt voor rekening van de coöperatie een registeraccountant die tot onderzoek van de jaarrekening voor het volgende boekjaar overgaat en welke accountant de uitslag van zijn onderzoek in een verklaring zal weergeven.

ANDERE ALGEMENE VERGADERINGEN
ARTIKEL 25
1.    Eenmaal per jaar wordt de in artikel 18 lid 3 bedoelde algemene vergadering gehouden, waarin onder meer aan de orde komen:
a.    de vaststelling van de begroting, en
b.    de vaststelling van de contributie en het entreegeld.
2.    Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls de directeur of het bestuur dit wenselijk oordeelt.
In alle algemene vergaderingen kunnen aan de orde komen:
a.    de voorziening in eventuele vacatures;
b.    voorstellen van de directeur, het bestuur of de leden, aangekondigd bij oproeping van de vergadering.
3.    Voorts is de directeur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van tenminste één/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na ontvangst van het verzoek.
Indien aan verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 23 of bij advertentie in tenminste één ter plaatse waar de coöperatie is gevestigd veel gelezen landelijk verschijnend dagblad.

BESLUITVORMING
ARTIKEL 26
1.    Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2.    Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3.    Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid (te weten de helft plus één) van de geldig uitgebrachte stemmen.
4.    Blanco en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5.    Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede vrije stemming plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede vrije stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gesteld, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij de voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6.    Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7.    Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter of één der stemgerechtigde aanwezigen een schriftelijke stemming verlangt.
Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij één der stemgerechtigde aanwezigen hoofdelijke stemming verlangt.
8.    Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van de directeur en het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
9.    Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen –dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding– ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied is is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

VOORZITTER, NOTULEN
ARTIKEL 27
1.    De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur en indien hij niet aanwezig of geschorst is, door een ander lid van het bestuur. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
2.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter van de vergadering daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de vergadering worden vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend. Zij die de vergadering bijeen roepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doel opmaken; in dat geval behoeven geen notulen opgemaakt te worden.
De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

(HUISHOUDELIJK) REGLEMENT
ARTIKEL 28
1.    De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement en eventueel ook andere reglementen vaststellen, wijzigen en intrekken.
2.    de reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met deze statuten.

STATUTENWIJZIGING
ARTIKEL 29
1.    In de statuten van de coöperatie kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2.    Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste veertien dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden toegezonden.
3.    Een besluit tot statutenwijziging wordt genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4.    Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder lid van het bestuur bevoegd.

ONTBINDING
ARTIKEL 30
1.    De coöperatie kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het artikel 29 is van overeenkomstige toepassing.
2.    De coöperatie blijft na haar ontbinding voortbestaan, voorzover dit ter vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen, die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd in liquidatie.
3.    Indien als gevolg van een besluit van de algemene vergadering de coöperatie is ontbonden, treedt de directeur als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden coöperatie op, voorzover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd. Op deze vereffenaar(s) zijn de statutaire en wettelijke bepalingen omtrent de benoeming, schorsing en het ontslag van- en het toezicht op de directeur van overeenkomstige toepassing.
Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als de directeur, voorzover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
4.    Hetgeen na de voldoening aan schuldeisers van het vermogen van de coöperatie is overgebleven wordt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren, overgedragen, ieder van hen ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.
5.    Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden coöperatie gedurende zeven jaren berusten onder de persoon, daartoe door de vereffenaar(s) benoemd.